babie_slider

Verloop van de bevalling

Over het algemeen bouwt een bevalling zich rustig op. Voordat je krachtige en regelmatige weeën hebt, is er vaak sprake van een aanlooptijd met onregelmatige, korte en nog niet zo’n pijnlijke weeën. Deze ‘voorweeën’ zijn zeker niet onbelangrijk, ze zorgen er namelijk voor dat je baarmoedermond weker wordt en verstrijkt (korter wordt). Op een bepaald moment zullen de weeën regelmatig en krachtiger worden en kunnen ze voor ontsluiting zorgen. De eerste paar cm’s kunnen daarom meer tijd in beslag nemen. Daarna zie je vaak dat het een stuk sneller gaat. De weeën tijdens de laatste paar cm (8-10cm) zijn vaak pittig, maar dat betekent dan meestal ook dat je snel volledige (10cm) ontsluiting zult hebben.

In de tijd dat je weeën hebt, komen wij regelmatig bij je langs om te controleren hoe het met je gaat en hoe ver je bent. Dit doen we met behulp van een inwendig onderzoek om het aantal cm’s ontsluiting te bepalen. Op een bepaald moment besluiten we te blijven of richting het ziekenhuis te vertrekken (als je voor een poliklinische bevalling hebt gekozen).

Doorgaans nemen de echte ontsluitingsweeën bij een eerste kind gemiddeld 12 uur in beslag. Bij een tweede, derde of …. kind kan dit veel sneller gaan.
Persweeën komen als de baarmoedermond volledig geopend is. Het meepersen duurt dan gemiddeld nog een uur. Ook hier geldt dat het bij een tweede kind veel sneller kan gaan.
Persweeën komen meestal om de 5 minuten en zijn erg krachtig. Je zult merken dat je lijf aangeeft mee te willen duwen. De verloskundige zal aangeven wanneer je actief mee mag gaan persen. Je perst dan met al je kracht mee richting vagina/anus, alsof je moet poepen. Dit is in het begin soms best lastig, maar natuurlijk zullen we je daar in begeleiden. Als het hoofdje dieper komt, ga je steeds beter voelen hoe je moet persen.

Tegen het einde van je zwangerschap bespreken we de bevalling ook met je op het spreekuur. Mocht je eerder vragen hebben, stel ze dan gerust eerder. Wil je alvast meer lezen, vraag ons dan naar de folder: Jouw bevalling: hoe bereid je je voor? van de KNOV

Strippen
Je leeft toe naar de uitgerekende datum en dan…. nog steeds geen baby. De kans dat dit gebeurt is reëel. Het is normaal dat je tussen de 37 en 42 weken bevalt. Mochten de laatste loodjes erg zwaar worden, dan kunnen we je vanaf 41 weken proberen te strippen.
Strippen is het loswoelen van de vliezen tijdens een inwendig onderzoek. Bij het inwendig onderzoek voelen we of de baarmoedermond al week en/of verstreken is en of er al sprake is van een beetje ontsluiting. Als er 1 cm of meer ontsluiting is, kunnen we bij de vliezen komen en kunnen we strippen. Bij het strippen komen hormonen vrij die ervoor kunnen zorgen dat de bevalling op gang komt. Als er dus geen ontsluiting is kunnen we ook niet strippen.
Daarnaast zullen we je ook niet strippen wanneer het hoofdje nog niet is ingedaald en wanneer je bloeddruk te hoog is. Helaas zal niet iedereen die gestript wordt ook bevallen. Soms brengt het een hoop “gerommel” met zich mee, maar zet de bevalling niet door.
Wanneer we met je afspreken om je op een bepaalde dag te strippen, moet je er altijd rekening mee houden dat we eventueel al met een bevalling bezig zijn. We spreken dan een andere dag / tijdstip met je af.